Niet alles hoeft een kussen te worden.
Een overhemd van je vader.
De jurk waarin je moeder altijd rondliep.
Dat ene veel te kleine babytruitje.
Een spijkerbroek die inmiddels meer geschiedenis dan denim bevat.
Je wilt het niet wegdoen.
Maar eerlijk: je zit misschien ook niet direct te wachten op nóg een kussen.
Gelukkig hoeft dat ook niet.
Eerst even dit: je hoeft nog helemaal niet te weten wat het moet worden
Dit is misschien wel de grootste misvatting rond dierbare kleding.
Dat je eerst een geweldig idee moet hebben voordat je er iets mee kunt.
Hoeft niet.
Sterker nog: soms zit het interessantste idee juist verstopt in het kledingstuk zelf.
In een versleten zak.
Een rij knopen.
Een stuk voering dat bijna niemand ooit gezien heeft.
Een reparatie.
Een geur.
Een labeltje.
Die ene plek waar de stof dun is geworden doordat iemand daar altijd zijn handen had.
Daar begin ik liever.
Niet bij:
Wat zullen we ervan maken?
Maar bij:
Wat mag absoluut niet verdwijnen?
1. Alleen het belangrijkste stukje bewaren
Je hoeft niet per se het hele kledingstuk te gebruiken.
Soms zit de herinnering in tien vierkante centimeter.
Een borstzak van een overhemd kan bijvoorbeeld een klein opbergobject worden. Een geborduurde naam kan onderdeel worden van iets nieuws. Een boord, manchetten of knopen kunnen juist het herkenbaarste deel zijn.
Dat geeft ineens veel meer mogelijkheden dan wanneer het hele kledingstuk koste wat kost herkenbaar moet blijven.
2. Iets maken dat je weer kunt gebruiken
Een herinnering hoeft niet op een plank te wonen.
Denk aan een tas, etui, hoes, klein opbergobject, kledingaccessoire of iets voor in huis dat echt gebruikt mag worden.
Juist dát kan fijn zijn: het materiaal gaat weer meedoen.
En ja, daarbij mag het slijten.
Dat deed het in zijn vorige leven tenslotte ook.
3. Een kledingstuk opnieuw kleding laten worden
Deze vind ik zelf interessant, omdat de oorspronkelijke functie niet helemaal verdwijnt.
Een blouse kan onderdeel worden van een nieuw kledingstuk. Een stuk spijkerbroek kan terugkomen in een jas. Meerdere kledingstukken kunnen samengebracht worden in één nieuw ontwerp.
Niet: het oude kledingstuk zo goed mogelijk namaken.
Wel: kijken welke delen mee mogen naar de volgende ronde.
4. Er iets ruimtelijks van maken
Textiel hoeft niet plat te blijven.
Het kan gevouwen, gevuld, opgebouwd, gewikkeld, gestapeld of gecombineerd worden met andere materialen.
Daardoor kan dierbare kleding ook een klein object worden.
Iets dat bijna tussen kunst, gebruiksvoorwerp en herinnering in hangt.
Geen officiële categorie.
Vind ik alleen maar een pluspunt.
5. Eén detail uitvergroten
Soms is juist het kleinste onderdeel het leukste uitgangspunt.
Een bijzondere knoop.
Een geborduurd bloemetje.
Een rafelrand.
Een stukje zakvoering.
Een reparatie die iemand ooit zelf heeft gemaakt.
Zo'n detail kun je letterlijk of figuurlijk vergroten en het uitgangspunt maken van het hele ontwerp.
Dan ontstaat iets dat niet onmiddellijk roept:
KIJK, DIT WAS OOIT EEN OVERHEMD.
Maar voor degene voor wie het bedoeld is, klopt het precies.
6. Meerdere verhalen bij elkaar brengen
Je hoeft ook niet één kledingstuk per herinnering te behandelen.
Misschien heb je kleding van twee ouders. Een stapeltje babykleding uit verschillende jaren. Kleding van meerdere gezinsleden. Of verschillende stoffen die allemaal bij dezelfde periode horen.
Dan wordt de vraag niet alleen:
Wat kan ik hiervan maken?
Maar ook:
Welke stukken horen voor mij bij elkaar?
Dat kan een totaal ander ontwerp opleveren.
7. Bijna niets veranderen
Ook een mogelijkheid die nogal eens vergeten wordt.
Misschien hoeft dat kledingstuk helemaal niet spectaculair getransformeerd te worden.
Een kleine ingreep kan genoeg zijn om ervoor te zorgen dat je het anders kunt bewaren, neerzetten, ophangen, dragen of gebruiken.
Niet iedere herinnering heeft een metamorfose met rookmachine nodig.
Het materiaal bepaalt niet het antwoord
Van een overhemd kun je tientallen dingen maken.
Van een spijkerbroek ook.
Van een babyjurkje eveneens.
Daarom vind ik lijstjes met “10 dingen die je van een overhemd kunt maken” handig als inspiratie, maar niet als eindpunt.
Want bij dierbare kleding is er nog een andere vraag:
Waarom is juist dít kledingstuk belangrijk?
Misschien gaat het om de kleur.
Misschien om de stof.
Misschien moet die ene versleten zak koste wat kost blijven zitten.
Misschien wil je het kledingstuk nog onmiddellijk herkennen.
Of juist helemaal niet.
Pas daarna wordt interessant wat het kan worden.
Dus: wat moet je ermee?
Nog geen idee?
Prima.
Leg het kledingstuk eens voor je neer en kijk er niet naar als kledingstuk, maar als verzameling onderdelen.
Wat valt als eerste op?
Wat zou je nooit willen wegknippen?
Welk stukje herken je uit duizenden?
En welk deel doet je eigenlijk helemaal niets?
Daar begint meestal een veel beter plan dan bij de vraag of het een kussen, knuffel of deken moet worden.
Een kledingstuk waarvan je niet weet wat je ermee wilt?
Met de Herinnerding-scan hoef je nog geen ontwerp of eindproduct te kiezen.
Je laat zien wat je hebt en vertelt wat belangrijk is. Daarna kijk ik welke richtingen bij het kledingstuk en het verhaal passen.
