Lotte bestond al voordat Indigo bestond.
Lotte is vies.
Dat lijkt me een uitstekende manier om haar verhaal te beginnen.
Ze heeft vlekken op haar armen. Haar witte lijf is inmiddels meer ooit-wit dan wit. Er hangt een draadje los. Haar rode haren hebben duidelijk geen kapper meer gezien sinds ergens vorige eeuw.
En ik durf haar nauwelijks te wassen.
Want Lotte is geen willekeurige oude pop.
Ik maakte haar voor mijn dochter toen zij een jaar of vier of vijf was.
Lotte. Gemaakt voor mijn dochter, gekleed in oude poppenkleertjes van haar oma en overgrootmoeder.
Ik maakte gewoon een pop
Er zat destijds geen diep concept achter.
Geen merkstrategie.
Geen missie.
Geen methodiek met vijf stappen en een handige download.
Mijn dochter was klein en ik maakte een pop voor haar.
Lotte kreeg een stoffen lijf, rode haren, geborduurde ogen, sproeten en een behoorlijk tevreden gezicht.
Voor haar kleding gebruikte ik oude poppenkleertjes die van mijn moeder en mijn oma waren geweest.
Dat vond ik vooral logisch.
Die kleertjes waren er. Ze waren mooi. Ze konden opnieuw gebruikt worden.
Klaar.
Pas veel later zie ik hoeveel er eigenlijk gebeurde.
Mijn dochter speelde met een pop die ik voor haar had gemaakt, gekleed in textiel waarmee haar oma en overgrootmoeder ooit gespeeld hadden.
Vier generaties kwamen ineens heel gezellig in één pop terecht.
Daar hadden we verder geen vergadering over.
Een kledingstuk hoeft niet stil te blijven staan
We denken bij bewaren vaak aan één ding:
heel laten.
Niet knippen.
Niet veranderen.
Voorzichtig opbergen.
En soms is dat precies wat je moet doen.
Alleen is het niet de enige manier waarop iets bewaard kan blijven.
Die oude poppenkleren zijn er in hun oorspronkelijke vorm deels niet meer. Tegelijkertijd zijn ze daardoor al die jaren zichtbaar gebleven.
Ze zaten niet achterin een doos.
Ze liepen mee in het spel van een volgend kind.
Ze werden onderdeel van Lotte.
En Lotte bleef.
Dat is achteraf gezien behoorlijk Indigo
Indigo bestond toen nog helemaal niet.
Toch herken ik er nu een idee in dat steeds terugkomt in mijn werk:
materiaal kan veranderen terwijl betekenis meegaat.
Een overhemd hoeft niet eeuwig een overhemd te blijven.
Een jurk kan onderdelen afstaan.
Een stukje voering kan belangrijker blijken dan de hele buitenkant.
Een versleten randje kan juist het stuk zijn dat je wilt behouden.
En iets waarvan je jarenlang dacht daar kan ik toch niks mee kan opeens materiaal worden voor iets dat wél een plek in je leven krijgt.
Dat is voor mij veel interessanter dan simpelweg “iets nieuws maken van iets ouds”.
Want oud textiel is zelden alleen maar stof.
Er kan een persoon aan vastzitten. Een leeftijd. Een huis. Een vakantie. Een gewoonte. Een kind dat inmiddels twee koppen groter is. Of iemand die er niet meer is.
Soms weet je zelfs pas wat belangrijk was zodra je goed kijkt.
De viezigheid mag dus ook blijven?
Dat is op dit moment mijn persoonlijke Lotte-vraag.
Want ze kan een schoonmaakbeurt gebruiken.
Behoorlijk.
Alleen kijk ik naar die verkleurde armen en denk ik ook: hoeveel daarvan is eigenlijk gebruik?
Waar heeft mijn dochter haar vastgehouden?
Welke vlek hoort bij twintig keer meeslepen?
Wat poets je weg wanneer je iets schoonmaakt?
Geen pleidooi om voortaan alles vies in de kast te zetten trouwens. Dat zou een merkwaardige nieuwe tak van Indigo worden.
Wel een interessante grens.
Wanneer is een vlek alleen vuil?
En wanneer is slijtage inmiddels onderdeel van het object geworden?
Bij Herinnerdingen kom ik die vraag voortdurend tegen. Rafels, verkleuringen, reparaties, etiketten, zakken, naden: technisch zijn het details.
Voor de eigenaar kunnen ze het hele verhaal zijn.
Daarom begin ik liever met kijken dan met bedenken wat iets “moet worden”.
Misschien heb jij ook een Lotte
Waarschijnlijk niet letterlijk.
Hoewel ik het toejuich als ergens nog een leger roodharige lappenpoppen blijkt te wonen.
Ik bedoel een ander soort Lotte.
Een stapel babykleertjes.
De blouse van je vader.
Een jurk van je moeder.
Een versleten spijkerbroek die objectief gezien allang met pensioen had gemogen.
Een doos textiel waarvan je iedere keer denkt:
hier moet ik ooit iets mee.
Dat “ooit” kan trouwens rustig tien jaar duren. Textiel heeft geduld.
Je hoeft ook nog niet te weten wat het moet worden.
Dat is juist één van de interessantste onderdelen van het proces.
Eerst kijken we naar wat er ligt.
Wat moet absoluut herkenbaar blijven?
Welke delen dragen het verhaal?
Wat kan het materiaal technisch aan?
En pas daarna komt de vorm.
Soms reist stof gewoon verder
Lotte staat hier inmiddels weer voor me.
Rode haren. Scheve draadjes. Geborduurde ogen.
De pop die ik ooit gewoon voor mijn dochter maakte, blijkt jaren later een vrij goede samenvatting van mijn werk te zijn.
Dat had ik destijds niet kunnen bedenken.
Hoe mooi is dat…
Sommige rode draden zie je pas als je er jaren later op terugkijkt.
En soms blijkt die rode draad letterlijk rood garen te zijn.
Heb jij textiel waar al jaren een verhaal aan vastzit?
Met de Herinnerding-scan kijken we eerst naar het materiaal, de bijzondere details en wat jij wilt behouden. Daarna onderzoek ik welke vormen bij jouw textiel passen.
Je hoeft dus nog geen ontwerp in je hoofd te hebben.
